Familiegeschiedenis

Familiewapen Röntgen

Familiewapen Röntgen

De naam Röntgen komt regelmatig voor in het deel van Duitsland dat Rheinland heet, de streek rond Keulen en Düsseldorf. In de kleine stad Lennep, circa vijftig kilometer ten oosten van Düsseldorf gelegen in een bergkom van het Bergische Land, bevindt zich het Deutsche Röntgen Museum.

Het museum is gewijd aan de ontdekker van de naar hem vernoemde stralen, Wilhelm Conrad Röntgen. Het archief van het museum herbergt een schat aan informatie, onder andere een vrij complete stamboom van alle familieleden van de ontdekker. Een bezoek aan Lennep is zeker de moeite waard, het stadje is vrijwel ongeschonden door de Tweede Wereldoorlog heen gekomen en bezit nog veel gebouwen uit vroegere eeuwen in de oorspronkelijke bouwstijl van het ‘Bergische Rokoko’.

Oorspronkelijk is deze tak van de familie Röntgen afkomstig uit het gehucht Rölscheid in het kerspel Dabringhausen, circa veertig kilometer ten noordoosten van Keulen. Het is onduidelijk hoe de oudst bekende stamvader van de Röntgens, de boer Martin Röngen (sic), in de woelige tijden van de Dertigjarige Oorlog daar terechtgekomen is.

Röntgen Museum

Röntgen Museum

Waarschijnlijk hing zijn verhuizing samen met het feit dat de vorst van het Bergische Land het protestantisme van Maarten Luther aanhing. Martin Röngen hield zich naast zijn werk op de boerderij als huisnijverheid met weven bezig. Evenals Lennep is Rölscheid, een idyllisch plaatsje in het dal van het bergbeekje de Linnefe, een bezoek waard. De oude bouwvallige boerderij die daar nog staat, in de bekende vakwerkstijl van het Bergische Land, heeft waarschijnlijk ooit aan Martin Röngen toebehoord. Martin Röngens kleinzoon, Matthias Röntgen, werd lakenfabrikant in Lennep. Zijn zoon Johann Heinrich volgde hem als lakenfabrikant op, maar bezat ook een koperslagerij en was voorganger in de ‘Evangelische Kirche’ van Lennep. Johann Heinrichs eerste zoon, eveneens Johann Heinrich geheten, was de grootvader van Wilhelm Conrad Röntgen, de ontdekker van de röntgenstralen. Zijn tweede zoon, Peter Matthias, werd koopman en koperslager. Van zijn tien kinderen emigreerden er enkele naar de Verenigde Staten. Eén zoon, Johann Engelbert, werd likeurstoker te Deventer en trouwde daar met de Nederlandse Carolina Huyser. Over haar is alleen bekend dat haar vader meesterkleermaker was. Johann Engelbert schijnt vrij muzikaal geweest te zijn.

Engelbert Röntgen, vader van Julius Röntgen, Leipzig 1896

Engelbert Röntgen, vader van Julius Röntgen, Leipzig 1896

Hun zoon, Johann Matthias Engelbert, geboren op 30 september 1829 te Deventer, was zo muzikaal dat hij op negentienjarige leeftijd naar Leipzig ging om bij de violist Ferdinand David aan het door Mendelssohn gestichte conservatorium te studeren. Behalve concertmeester bij het beroemde Gewandhausorchester werd Engelbert leraar aan het door hem bezochte conservatorium. Hij trouwde in 1854 in Leipzig met Pauline Klengel, de dochter van Generalmusikdirektor Moritz Gotthold Klengel. De zoon van Engelbert Röntgen en Pauline Klengel was Julius Engelbert Röntgen, geboren op 9 mei 1855 te Leipzig. Al spoedig werd duidelijk, dat Julius muzikaal hoogbegaafd was. Pauline Klengel, zelf een uitnemende pianiste, had een rijk getalenteerde broer Julius, gepromoveerd in de klassieke letteren en ook componist van tal van onuitgegeven kamermuziekwerken. Hij ontfermde zich over de muzikale opvoeding van Julius. De familie woonde tot de afbraak van hun huis in 1899 aan de Lehmannsgarten, ten westen van de beroemde Thomaskirche. In Lehmannsgarten woonden ook de familie Klengel en diverse andere beroemde musici, onder wie de eerder genoemde Ferdinand David, de Thomascantor Ernst Richter en in vroeger tijden ook Felix Mendelssohn Bartholdy. Julius had twee zusters, Johanna Carolina en Carolina Elisabeth, die beiden ook redelijk muzikaal waren. Nauwelijks 22 jaar oud en pas afgestudeerd, kreeg Julius via een oude relatie van zijn vader, professor A.D. Loman te Amsterdam, een baan aangeboden als pianoleraar aan de toenmalige Amsterdamse muziekschool. Tijdens zijn studie in Leipzig had Julius zijn latere vrouw Amanda Maier leren kennen, die hij in 1880 in het Zweedse Landskrona huwde. Ook zij kwam uit een muzikale familie. Haar vader was, evenals zijzelf, violist. Zij kregen twee zoons: Julius, die later hoofdleraar viool aan het Amsterdams Conservatorium werd, en Engelbert, die het bracht tot solocellist van het orkest van de Metropolitan Opera te New York en lid van het Amerikaanse Woodstock String Quartet. Amanda stierf in1894 te Amsterdam. In 1897 hertrouwde Julius met Abrahamina des Amorie van der Hoeven (1870-1940). Zij was een dochter van Jan des Amorie van der Hoeven, vertegenwoordiger bij de Nederlandsche Handelmaatschappij. Julius had haar als pianoleerling op het Conservatorium te Amsterdam leren kennen. Zij kregen vier zoons van wie er drie ook weer musicus werden. Johannes werd pianist en componist, Edvard Frants tweede solocellist bij het Residentie Orkest, Frants Edvard architect en amateur-fluitist en tenslotte Joachim violist en hoofdleraar aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Hun dochtertje Amanda (1899-1904) werd niet ouder dan vier jaar. Van Röntgens kleinkinderen zijn alleen Anne Marie (geb. 1923), dochter van Johannes, en Jurriaan, zoon van de architect, (geb. 1945) nog professioneel met muziek bezig.

Julius Röntgen met zijn 6 zonen

Julius Röntgen met zijn 6 zonen