Gaudeamus

Bouwfoto, 7 okt. 1924, plaatsing kapspanten van het hoge dak.

Bouwfoto, 7 okt. 1924, plaatsing kapspanten van het hoge dak.

Huize Gaudeamus in Bilthoven dateert uit 1925 en is het eerste uitgevoerde ontwerp van Julius’ vijfde zoon Frants Edvard (1904-1980, architect en amateur-fluitist). De familie noemde het daarom ook wel zijn ‘opus 1′. De anekdote dat het huis een openstaande vleugel zou voorstellen, leeft nog steeds. Maar de architect zelf, familie en vrienden hebben dit altijd ontkend.

Uitgangspunt bij het ontwerp was niet de vorm van een vleugel maar een ronde muziekzaal, die duidelijk onderscheiden moest zijn van de rest van het huis. Zijn project was een mengeling van verschillende stijlen, onder andere Noorse invloeden. Maar vooral geldt het huis als een typisch voorbeeld van de Amsterdamse School. In zijn vroege ontwerpen werd Frants

Frants Röntgen (links) in zijn atelier met zijn broer Joachim.

Frants Röntgen (links) in zijn atelier met zijn broer Joachim.

Röntgen beïnvloed door bekende architecten van deze school, zoals Wijdeveld, Kramer en vooral De Klerk. Het is niet onwaarschijnlijk dat het hoge dak van het huis geïnspireerd was op de steile duinenrand bij Catrijp, vlakbij Schoorl, de streek waar Julius Röntgen in de jaren 1914-1919 regelmatig vakanties doorbracht en waar hij aanvankelijk graag had willen wonen. Over het tuinhuisje uit 1928 wordt beweerd dat het Julius’ componeerhuisje zou zijn geweest. Ook dat verhaal klopt niet. De architect had in het landhuis zelf een studeerkamer, compleetmet kastlaatje voor pijp en tabaksbuidel, voor zijn vader ontworpen, waar een vleugel in stond. Het tuinhuisje had Frants voor zichzelf ontworpen, als atelier.

Analysecursussen

Het huis was een ontmoetingsplaats voor familieleden, vrienden en kennissen. Alle zoons uit het tweede huwelijk hadden er hun eigen kamer! Er werd veel gemusiceerd en Julius Röntgen gaf regelmatig analysecursussen, die door vele belangstellenden gevolgd werden. In deze cursussen kwam van alles aan bod: opera, oratorium, orkestmuziek, kamermuziek, liederen en pianomuziek. Werken waarop Röntgen zeer gesteld was of waarvan hij het grote belang inzag. Uit de onderwerpen die hij behandelde bleek dat hij open stond voor nieuwe ontwikkelingen: behalve de grote klassieke meesterwerken kwamen ook Mahler, Richard Strauss, Wagner, Debussy, Ravel, Stravinsky, Pijper en Hindemith aan bod.

(zie herinneringen aan Gaudeamus van twee kleindochters)

Onderduikadres
Perspectieftekening van Frants Röntgen, 1925

Perspectieftekening van Frants Röntgen, 1925

Na de dood van Julius Röntgen, in 1932, bleef Röntgen’s tweede vrouw Abrahamina (Mien) des Amorie van der Hoeven in Villa Gaudeamus wonen tot zij zelf overleed in augustus 1940. Na Mien’s dood werd de inventaris verdeeld onder de nabestaanden. Zo ging de Bechstein vleugel naar Frithjof, zoon van de violist Julius Röntgen jr., de Steinway vleugel (van Mien) naar Edvard en de altviool naar Joachim. In het begin van de oorlog stond het huis enige tijd leeg totdat het in oktober 1940 gehuurd werd door een jonge man, Walter Maas, die op zoek was naar een geschikt pand voor zijn joodse ouders, zijn jongere broer Ernst en hemzelf. Tegen Kerstmis begonnen ze er een pension “alleen voor joden”. Vader Maas was een welgestelde groothandelaar in wijn uit Mainz, zoon Walter was textielingenieur. Tijdens de oorlog heeft Walter tot maart 1943 in Gaudeamus gewoond. Toen de vervolging van de joden in alle hevigheid losbarstte, heeft hij ruim negen maanden hoog in het huis in een uiterst kleine ruimte ondergedoken gezeten. Toen ook dat te gevaarlijk werd heeft hij zich op diverse adressen verscholen gehouden. Zijn broer Ernst is door zijn huwelijk met een Nederlandse, niet-joodse vrouw de dans ontsprongen. Zijn ouders werden in Sobibor omgebracht, maar dat hoorden de zoons pas in 1946.

Centrum voor eigentijdse muziek

Direct na het einde van de oorlog zorgde de burgemeester van De Bilt ervoor dat Walter weer zijn intrek kon nemen in Huize Gaudeamus. Het huis was in de laatste oorlogsjaren door de SS gebruikt; de oliesporen van de in de hal gestationeerde motoren zijn nog steeds te zien. De Duitsers hadden het huis in erbarmelijke staat achtergelaten, maar met veel kunst- en vliegwerk kon Walter het pension Gaudeamus weer openstellen. In oktober 1945 kwam Julius Röntgen jr., de oudste zoon van de componist, vragen of hij in het voormalige huis van zijn ouders een concert mocht geven, zoals zijn vader er ooit ook zo veel had georganiseerd. De belangstelling was overweldigend; volgens de verhalen stonden er hordes mensen buiten te luisteren. Al in de oorlog had Walter het plan opgevat iets terug te doen voor alle hulp en steun die hij van de Nederlanders ontving. En díe avond wist hij het: het huis moest belangeloos ter beschikking staan van Nederlandse componisten als zijn bijdrage aan de culturele wederopbouw van Nederland en het culturele leven in Bilthoven en omgeving.

Later het Walter Maas huis

Later het Walter Maas huis

In 1947 heeft Walter Maas het huis van de familie Röntgen gekocht. Kort daarop richtte hij de Stichting Gaudeamus op, de ‘Stichting ter bevordering van de hedendaagse muziek’.

Hij was zelf geen musicus, maar met zijn organisatietalent en legendarische doorzettingsvermogen heeft Walter Maas met zijn stichting de hedendaagse gecomponeerde muziek in ons land tot grote bloei gebracht. Door niet aflatende telefonades (de telefoon is nog op zijn werkkamer te zien), een oeverloze correspondentie en vooral zijn charisma hebben talloze componisten en musici elkaar hier in huis ontmoet: Louis Andriessen, John Cage, Ton de Leeuw, Olivier Messian, György Ligeti, Peter Schat, Karl-Heinz Stockhausen, Edgar Varèse, Reinbert de Leeuw. Tot aan zijn dood in 1992 heeft Walter het pension voortgezet en weten te combineren met zijn activiteiten als ‘makelaar in muziek’. Van het pension is niet veel meer te zien; er waren heel wat kamers en kamertjes en wel zeven badkamers. Op de eerste verdieping staan nog wat nummers op enkele deuren. Hoogtepunten in die jaren waren de Internationale Muziekweken. Verder heeft de notenkrakersactie veel stof doen opwaaien, toen componisten met knijpkikkers een concert verstoorden als uiting van de revolutionaire omwenteling in de muziek van de jaren ’60.

Het Walter Maas Huis: buitenplaats voor culturele verkenningen

In 1992 is Walter Maas overleden. Zijn urn is bijgezet, achter een gedenksteen, in de terrasmuur aan de achterzijde van het huis. Zijn broer Ernst, enig erfgenaam, schonk het huis aan de naar hun beider ouders vernoemde Maas-Nathan Stichting, later veranderd in de Stichting Walter Maas Huis. In de periode vanaf 1993 heeft het huis, inmiddels omgedoopt tot Walter Maas Huis, dankzij het werk van deze stichting en onder de bezielende leiding van Bart van Rosmalen de functie gekregen van een ‘buitenplaats voor culturele verkenningen’ en zich ontwikkeld tot een levendig centrum voor debat, workshops en andere met name aan muziek gerelateerde activiteiten. In de jaren 1998-1999 werd het huis ingrijpend gerestaureerd en gerenoveerd naar een ontwerp van architect Diederik Six. Tegelijkertijd kreeg het huis de status van Rijksmonument. Helaas heeft het Walter Maas Huis zijn activiteiten in 2011 moeten staken ten gevolge van de verregaande bezuinigingen in de kunst en cultuur door de rijksoverheid in de jaren 2010-2012. De tegenwoordige eigenaar is de Stichting Walter Maas die Huize Gaudeamus exploiteert en in stand houdt als muziekhuis vol verhalen. het huis is te huur voor o.a. vergaderingen, trainingen, symposia, workshops en concerten met een maximum capaciteit van 50 personen.

Voor verdere  informatie kan contact worden opgenomen met:

Esther Harshagen-Luytjes
06-27621536
info@waltermaashuis.nl

Voor deze tekst is gebruik gemaakt van een artikel van Jaap van Trigt over de geschiedenis van het Walter Maas Huis.